Paarden verstopt

13 december 2019

Heeft een spoedprocedure zin?

Een paardenliefhebster had in 2010 haar paarden gestald in Duitsland. Toen zij niet meer tevreden was over de verzorging van de paarden, stopte zij met betaling van de stallingskosten. De stalhouder pikte dat niet en gaf een van haar paarden in maart 2014 aan een kennis in Nederland. Die kennis stalde het paard bij zijn echtgenote.

De eigenaresse stapte naar de Duitse rechter, die in februari 2018 vaststelde dat zij inderdaad eigenaresse was. De stalhouder moest het paard teruggeven, samen met de veulens die het paard inmiddels had gekregen. Maar ja, de stalhouder had de paarden overgedragen aan zijn kennis in Nederland, die ze had gestald bij zijn echtgenote. De eigenaresse vorderde in een spoedprocedure bij de Nederlandse rechter afgifte van het paard en de veulens.

Maar de eigenaresse ving bot. De echtgenote van de kennis ontkende dat zij de paarden op stal had staan. De paarden zouden in augustus 2018 zijn doorverkocht. En de eigenaresse kon niet aantonen waar de paarden zich wel bevonden. Dus de rechter kon haar vordering tot afgifte niet toewijzen.

Daags na de uitspraak liet de eigenaresse in februari 2019 beslag leggen op de paarden, die op dat moment toch op het terrein van de echtgenote bleken te staan. Vervolgens ging ze in (spoed) hoger beroep. Maar ook bij het gerechtshof ving zij bot.

De echtgenote betoogde dat zij het terrein (waar de paarden waren aangetroffen)had verhuurd aan de kennis (haar echtgenoot dus) en dat de paarden daar tijdelijk waren gestald op verzoek van de nieuwe eigenaar (die ze in augustus 2018 had gekocht).
De eigenaresse meende dat die verkoop was gefingeerd, dat de facturen waren vervalst, dat er geen betalingsbewijs was, etc. Maar zij kon dat niet aantonen en in een spoedprocedure is er geen tijd om alle bewijzen boven water te halen.Dus ook het hof kon haar vordering niet toewijzen.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 17 september 2019 (ECLI:NL:GHSHE:2019:3445)