Stallingsovereenkomst

26 februari 2020

Terugbetaling?

De ouders van een jonge amazone sloten in december 2014 een stallingsovereenkomst met een dressuurstal. De dochter zou een jaar lang worden getraind en haar paard aldaar gestald en verzorgd worden. De factuur voor het hele jaar 2015 is door de ouders bij vooruitbetaling voldaan.

In oktober 2015 besloot de dochter om naar een andere dressuurstal te verhuizen. Een stal dichter bij de internationale school waar zij colleges volgde. De ouders wilden het reeds betaalde bedrag voor november en december retour. De dressuurstal ging niet akkoord, de ouders stapten naar de rechter.

De rechtbank was het niet met de ouders eens. Zij hadden moeten bewijzen dat bij verhuizing van de dochter de resterende vooruitbetaalde maanden zouden worden terugbetaald. Dat bewijs was niet geleverd.

En ook het hof is het niet met de ouders eens, omdat:
1e de dressuurstal de ouders vooraf had geïnformeerd over de duur van de stallingsovereenkomst,namelijk door vermelding van de periode in de factuur (een heel jaar),
2e de dressuurstal niet de plicht had bij het aangaan van de overeenkomst expliciet te informeren dat in geval van een tussentijdse beëindiging geen aanspraak kon worden gemaakt op restitutie,
3e de reden van beëindiging gelegen was in de wil van de dochter tot verhuizing naar een andere dressuurstal en dat valt binnen de risicosfeer van de ouders.

De dressuurstal hoeft de vooruitbetaalde bedragen van november en december niet terug te betalen.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 18 februari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:589