Van der WieL Advocaten

Tijdig geklaagd?

22 oktober 2018

Indien een koper een paard heeft gekocht en na de koop vermoedt dat er met het paard een probleem is dat wellicht reeds voor de koop bestond, dan dient hij direct te klagen bij de verkoper. Ook in geval van consumentenkoop (bij consumentenkoop wordt immers vermoed dat een probleem al voor de koop aanwezig was als het binnen zes maanden na de koop wordt ontdekt).

Een consumentkoper kocht van een handelsstal een sportpaard, dat twee dagen daarvoor was gekeurd. Er waren een paar röntgenfoto’s gemaakt en de arts had een positief aankoop advies verstrekt. De koper wilde het paard verzekeren, maar de verzekeraar wenste aanvullende röntgenfoto’s. Dat geschiedde ruim een maand na de koop. Binnen een week daarna deelde de verzekeraar mee dat geen volledige dekking kon worden verleend omdat op de röntgenfoto’s artrose was geconstateerd.

De koper had al geconstateerd dat het paard afwisselend kreupel liep en is vijf maanden na de koop naar een dierenkliniek gestapt. Daar werd inderdaad artrose geconstateerd. Pas toen heeft koper verkoper geïnformeerd over de situatie. Weer een maand later bleek dat de kreupelheid en artrose een dermate progressie lieten zien dat het paard niet langer als sportpaard kon verder gaan.

De koper meende op grond van het consumentenkooprecht de overeenkomst zonder meer binnen 6 maanden te kunnen ontbinden. Hij stapte naar de rechter en vorderde de koopsom terug.

De rechter vond dat de koper te laat was. Sowieso dient een klacht binnen twee maanden na de ontdekking, te worden gemeld bij de verkoper. Daarmee is volgens de rechter niet gezegd dat elke overschrijding van die twee maanden te laat is. Maar de vereiste voortvarendheid brengt mee dat in dit geval de koper de zaak te lang op zijn beloop heeft gelaten na het bericht van de verzekeraar en nadat hij zelf wisselende kreupelheid had geconstateerd. Het gaat hier om levende have en er moet rekening worden gehouden met de belangen van de verkoper. De vordering van de koper werd afgewezen.

Rechtbank Overijssel, 2 oktober 2018 (ECLI:NL:RBOVE:2018:3846)