Van der WieL Advocaten

Algemene voorwaarden via internet

Het gebeurt regelmatig dat men een document te tekenen krijgt, waarop expliciet is vermeld dat de ondertekenaar algemene voorwaarden heeft ontvangen, van de inhoud heeft kennis genomen en daarmee akkoord gaat. Degene die een dergelijk document laat tekenen, hoopt zich daarmee te verzekeren van de geldigheid van (meestal) een uitgebreide set algemene voorwaarden.

Zo ook recentelijk een bank die met een klant een kredietovereenkomst sloot. In die kredietovereenkomst was een apart artikel opgenomen waarin die tekst voorkwam. Toen de klant op een bepaald moment achterliep met de aflossing, vorderde de bank ineens het totaal verstrekte krediet terug, verhoogd met een boete. Dat recht meende de bank te hebben op grond van die algemene voorwaarden.

Nu bleek dat de overeenkomst was gesloten via internet. Via een online gelduitlener was de kredietovereenkomst overgesloten naar een bank. De online gelduitlener had het contract gemaild naar de klant. De klant had het geprint en ondertekend. Maar bij het emailbericht waren geen algemene voorwaarden gevoegd. De klant besefte dus niet en behoefde niet te beseffen dat hij voor ontvangst van separate algemene voorwaarden had getekend.

De bank betoogde echter dat het een vast gebruik is dat de voorwaarden worden meegestuurd, dat de klant maar moet aantonen dat hij die voorwaarden niet had ontvangen en dat de ondertekende overeenkomst als dwingend bewijs dient dat de klant de voorwaarden had ontvangen.

Maar de rechter oordeelde dat de bank diende te bewijzen dat aan de klant de mogelijkheid was geboden van de voorwaarden kennis te nemen. Want, zo zei de rechter, de tekst in die overeenkomst is voorgedrukt en de klant heeft geen enkele invloed gehad op die tekst, zodat die overeenkomst niet als dwingend bewijs kan dienen.

Bovendien meende de rechter dat het artikel zelf (waar de bewuste tekst in voorkwam) moest worden aangemerkt als algemene voorwaarde en dat een dergelijke voorwaarde heeft te gelden als onredelijk bezwarend. Ofwel de voorwaarden waren niet van toepassing en de bank kon niet ineens het krediet (met boete) terug vorderen. 

Rechtbank Utrecht, 2 september 2009, NJF 2010, 33