Van der WieL Advocaten

Billijke vergoeding niet verplicht

12 juni 2018

Als een arbeidsovereenkomst door de werkgever onterecht wordt beëindigd, dan kan de werknemer naar de rechter stappen en vragen om de beëindiging ongedaan te maken of in plaats daarvan een billijke vergoeding toe te kennen. De keuze is aan de werknemer.

Recent was de arbeidsovereenkomst van een werknemer door de rechter ontbonden. De werknemer was het er niet mee eens en ging in hoger beroep bij het hof. Hij vorderde herstel van de arbeidsovereenkomst of een billijke vergoeding. Het hof meende dat de ontbinding onterecht was, maar zag geen reden voor herstel van de arbeidsovereenkomst, omdat de werknemer al 2,5 jaar arbeidsongeschikt was en niet was gebleken dat hij inmiddels weer in staat was tot werken. Het hof kende ook geen billijke vergoeding toe.

De werknemer was het ook daar niet mee eens. Als zijn arbeidsovereenkomst niet werd hersteld dan meende hij recht te hebben op een billijke vergoeding, zoals vermeld in de wet. Hij ging in cassatie.

De Hoge Raad oordeelde dat de wet (artikel 7:683 lid 3 BW) bepaalt dat de rechter de werkgever kan veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen of aan de werknemer een billijke vergoeding kan toekennen. Volgens de wettekst bestaat dus geen verplichting voor de rechter op dit punt. Daarmee heeft de rechter dus ook de bevoegdheid om in zo’n geval geen billijke vergoeding toe te kennen. De klacht van de werknemer faalde.

Hoge Raad, 8 juni 2018 (ECLI:NL:HR:2018:857)