Van der WieL Advocaten

Echtheid handtekening

31 juli 2019

Is het oordeel van een deskundige te bestrijden?

Een klant had in 1992 bij de bank een kluisje gehuurd. Daartoe had hij met de bank een (bewaarnemings)overeenkomst gesloten. In 1998 werd bij de bank ingebroken en een aantal kluisjes leeggehaald. De bank heeft daarna alle kluisjes vervangen.

In 2013 liet de klant zijn kluisje bij de bank open boren. Het kluisje bleek leeg. De klant stelde de bank aansprakelijk. Hij meende dat de bank de (bewaarnemings)overeenkomst niet goed was nagekomen. Hij vorderde vergoeding van zijn schade.

De bank heeft de vordering afgewezen. De bank stelde dat de klant na de inbraak een contract voor het nieuwe kluisje had getekend en ook de nieuwe handtekeningenkaart, behorend bij het nieuwe kluisje. De klant zou ook zelf de inhoud van zijn kluisje hebben overgebracht naar zijn nieuwe kluisje. De bank meende de (bewaarnemings)overeenkomst correct te zijn nagekomen.

De klant stelde dat hij pas in 2013 wist dat hij een nieuw kluisje had, dat hij nooit een contract voor een nieuw kluisje had getekend en dat hij na de inbraak in 1998 nooit meer bij zijn kluisje was geweest. De klant betwist dat de handtekeningen op het contract en de handtekeningenkaart door hem waren geplaatst.

De rechtbank gaf opdracht aan deskundigen (van het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau) een onderzoek uit te voeren naar de vraag of de handtekeningen op de stukken door de klant waren geplaatst. De deskundigen concludeerden dat de betwiste handtekeningen echt waren. Het waren geen nabootsingen. De deskundigen constateerden een zeer groot aantal schriftkundige overeenkomsten tussen de betwiste handtekeningen en het vergelijkingsmateriaal.
De rechtbank wees de vordering van de klant dus af.

De klant ging in hoger beroepen en uitte diverse bezwaren tegen het deskundigenoordeel. Maar die mochten hem niet baten. Volgens het hof was het deskundigenonderzoek uitgevoerd door twee zeer ervaren, erkende en gecertificeerde schriftexperts, was het onderzoek uitvoerig gemotiveerd en gaf het geen aanleiding om te twijfelen aan de stellige conclusie. Het hof zag geen aanleiding om van de conclusie uit het deskundigenbericht af te wijken.

Gerechtshof Amsterdam 30 juli 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2816