Van der WieL Advocaten

Ontslag en schadevergoeding

Een werkgever die zich economisch genoodzaakt ziet werknemers te ontslaan, richt zich tot het UWV met het verzoek ontslag te mogen verlenen. Dat verzoek dient uiteraard te worden gemotiveerd. Zodra die toestemming is verkregen, mag de werknemer worden ontslagen met inachtneming van een opzegtermijn (veelal 1 maand). De werkgever is niet verplicht een schadevergoeding aan te bieden.

Voorheen stapte de werknemer dan nogal eens naar de kantonrechter om op grond van ‘kennelijk onredelijk ontslag’ een schadevergoeding te vorderen. Maar de Hoge Raad oordeelde dat de enkele omstandigheid dat de werkgever de werknemer geen vergoeding had aangeboden, het ontslag niet kennelijk onredelijk maakt. Volgens de Hoge Raad hoeft dus een ontslag niet kennelijk onredelijk te zijn als er geen vergoeding wordt aangeboden.

In geval van ontslag om economische redenen is de werkgever dus niet verplicht een vergoeding aan te bieden. Mocht de werkgever wel een vergoeding willen aanbieden, dan kan rekening worden gehouden met het volgende.

Er is sinds 1 januari 2009 een nieuwe kantonrechtersformule, die lager uitkomt dan de vorige. De factoren die ten grondslag liggen aan de formule zijn echter gelijk, namelijk de duur van het dienstverband (in casu 4), de leeftijd van de werknemer (in casu 46) en de verwijtbaarheid van het ontslag (in casu geen). De nieuwe formule luidt als volgt A x B x C, waarbij:A = aantal gewogen dienstjarenB = bruto maandsalarisC = correctiefactor

Bij A tellen de dienstjaren van 35 tot 45 voor 1 en van 45 en tot 55 voor 1,5. Van belang hierbij is de werkelijke leeftijd van de werknemer (geboortedatum), de datum van in dienst treden en de datum van uit dienst treden. Je kunt dus niet volstaan met het enkele uitgangspunt dat de werknemer 46 jaar is of 4 jaar in dienst is.

De correctiefactor C houdt tegenwoordig veel meer rekening met de financiële positie van de werkgever. Indien sprake is van ontslag om economische redenen, is de correctiefactor 1 (namelijk in de risicosfeer van de werkgever maar niet verwijtbaar aan werknemer of werkgever).

Dit allemaal gezegd hebbende, zij nog geattendeerd op de ontwikkeling bij de gerechtshoven die de uitkomst van de kantonrechtersformule matigen. De kantonrechtersformule ligt ernstig onder vuur. Zelfs bij vergoedingen wegens kennelijk onredelijk ontslag (andere redenen dus dan economische noodzaak) oordeelde de Hoge Raad dat de kantonrechtersformule niet kan worden toegepast.

De gerechtshoven passen momenteel kortingen toe van 50% tot 30%, zodat van de uitkomst van de kantonrechtersformule slechts 50% en hoogstens 70% wordt toegewezen. Maar dat geldt alleen in het geval de kantonrechtersformule van toepassing is of kan zijn.