Van der WieL Advocaten

Privacy mailbox werknemer

Het lijkt zo logisch. Iedereen heeft recht op privacy. Dat geldt overal. En dat geldt ook voor de inhoud van de mailbox op het werk. De werkgever mag dus niet zomaar die mailbox doorzoeken, tenzij daarvoor een zwaarwegende reden is.

Dat laatste was recentelijk het geval bij de overheid. Het betrof een medewerkster van een van de Kamers van Koophandel. Het bestuur van die Kamer had in een retour envelop van de Kamer een anonieme brief ontvangen, waarin de Kamer en enkele leidinggevenden werden zwart gemaakt en belasterd. De Kamer schakelde vervolgens een bedrijfsrecherchebureau in om de zaak te onderzoeken.

Omdat het vermoeden bestond dat de brief afkomstig was van een van de eigen medewerkers, is een onderzoek ingesteld naar het email verkeer van de medewerkers. Met name werd gezocht van welke computer de brief afkomstig was. Dat laatste is niet komen vast te staan. Wel bleek uit de mailbox van een van de medewerksters dat zij in diverse emails ‘uiterst denigrerende uitlatingen had gedaan over collega’s, leidinggevenden en de organisatie’. In die emails werden dezelfde specifieke termen gebruikt als in de brief. Ook bleek uit het onderzoek dat de medewerkster zeer regelmatig het internet raadpleegde voor privé doeleinden. Hoewel zij ontkende de brief te hebben gestuurd, erkende ze wel de bewuste emails te hebben verzonden. De medewerkster werd diezelfde dag geschorst en ontslagen.

Omdat sprake was van een ambtenarenzaak, kwam de zaak voor de Centrale Raad van Beroep. Die meende dat het ontslag om diverse redenen niet rechtsgeldig was.

Maar waar het hier om gaat is het oordeel van de Raad over het doorzoeken van de mailbox van de ambtenaar/werknemer. De Raad meende dat er voldoende grond was om een van de  medewerkers te verdenken van het schrijven van de anonieme brief. Dat rechtvaardigde ook het besluit daarnaar een onderzoek in te stellen.

De wijze waarop het onderzoek was uitgevoerd was ook niet buiten proportie, omdat het onderzoek werd uitgevoerd door een extern bureau en het in eerste instantie was gericht op het anoniem doorzoeken van alle mail boxen op de aanwezigheid van zoektermen die ontleend waren aan de inhoud van de anonieme brief. Het bestuur van de Kamer van koophandel had een gerechtvaardigd belang.

Centrale Raad van beroep, 14 januari 2010, LJN BL 1678