Van der WieL Advocaten

Soms geen wettelijke rente bij handelstransacties

In geval van te late betaling heeft een schuldeiser wettelijk recht op rente over het openstaande bedrag. In feite is sprake van een schadevergoeding.

Die rente wordt jaarlijks vastgesteld door de overheid en bedraagt een percentage van het openstaande bedrag. Het is mogelijk af te wijken van dit percentage door onderling een ander percentage, de zogenaamde contractuele rente, af te spreken.

We kennen twee soorten wettelijke rente:- de gewone wettelijke rente (per 01-01-2010: 3%)- de wettelijke handelsrente (per 01-07-2009: 8%)

De gewone wettelijke rente geldt voor transacties met of tussen consumenten, waarbij goederen en/of diensten tegen vergoeding worden geleverd. De wettelijke handelsrente geldt voor handelstransacties, dat wil zeggen voor overeenkomsten tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en de overheid, waarbij goederen en/of diensten tegen vergoeding worden geleverd. 

Indien, in het geval van consumententransacties, op de factuur geen betalingstermijn is vermeld, dient de debiteur eerst in gebreke te worden gesteld en een termijn tot betaling te worden gegund, alvorens aanspraak kan worden gemaakt op de wettelijke rente.

De wettelijke handelsrente daarentegen gaat automatisch lopen en is verschuldigd vanaf 30 dagen, te rekenen vanaf de eerste dag na de factuurdatum, zonder dat daartoe actie behoeft te worden genomen. Als er geen betalingstermijn is overeengekomen, dan is rente verschuldigd 30 dagen na levering van de goederen of diensten, eveneens zonder dat daartoe actie dient te worden genomen.

Recent heeft het gerechtshof van Den Bosch bepaald dat niet in alle gevallen van handelstransacties recht bestaat op vergoeding van wettelijke handelsrente. Vereist is dat het om een verbintenis gaat die strekt tot betaling van ingevolge die overeenkomst geleverde goederen of diensten. Omdat in het betreffende geval sprake was van een verbintenis tot terugbetaling, die daar niet toe strekt maar het karakter heeft van een ongedaanmakingsverplichting, bestond er geen recht op vergoeding van wettelijke handelsrente. 

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, LJN: BK7550