Van der WieL Advocaten

Vee niet ‘geluidsgevoelig’

Bij de aanvraag van een milieuvergunning voor het hebben en houden van een inrichting die veel geluid maakt, moet die inrichting, indien deze is gelegen in een zogenaamd gezoneerd industrieterrein, worden getoetst aan de Wet geluidhinder.

Recent maakten enkele boeren bezwaar tegen het verlenen van een dergelijke vergunning voor een inrichting die gelegen is op een industrieterrein (waaromheen op grond van de Wet geluidhinder een geluidzone is vastgesteld). Het vee van de boeren wordt geweid in de percelen rondom die inrichting, die zowel binnen als buiten de geluidzone zijn gelegen. De boeren meenden dat het vee ernstig last zou ondervinden van het lawaai van de inrichting.

De inrichting moet echter voldoen aan bepaalde grenswaarden die gelden voor de eventueel zich in de nabijheid bevindende geluidsgevoelige objecten binnen de voor die inrichting geldende geluidzone. Die geluidsgevoelige objecten worden dus beschermd tegen geluidhinder.

De Raad van State overwoog dat vee niet kan worden aangemerkt als geluidsgevoelig object. De Wet geluidhinder beoogt een uitputtende regeling ten aanzien van geluidsgevoelige objecten. Dieren, en in het onderhavige geval vee dat geweid wordt in omliggende percelen, zijn geen geluidsgevoelige objecten waaraan bescherming toekomt tegen geluidhinder.

Ook gezondheid en welzijn van dieren zijn geen aspecten in het kader van de beoordeling van de aanvraag van een milieuvergunning.

Raad van State, 27 januari 2010, LJN: BL0731