Van der WieL Advocaten

Verjaringstermijn

Wat in het vat zit verzuurd niet. Dat is juridisch maar ten dele waar. Wanneer je op grond van een contract iets tegoed hebt, dus als je een vordering hebt, dan blijft die vordering niet eeuwig geldig. Een vordering kan verjaren.

Afhankelijk van de aard van de vordering zijn er verschillende verjaringstermijnen. Zo verjaart een vordering tot het nakomen van een contract, in het algemeen door verloop van vijf jaren. Ook een vordering tot vergoeding van schade of tot betaling van een boete, verjaart door verloop van vijf jaren.

Een aparte regel geldt voor de koopovereenkomst en voor aanneming van werk. In beide gevallen geldt een verjaringstermijn van twee jaren. In ieder geval verjaart een vordering door verloop van twintig jaren.

De verjaringstermijn gaat tellen vanaf een bepaald moment. Meestal wordt dat moment gekoppeld aan het moment waarop men ‘bekend wordt’ met een bepaalde situatie, dus als men bekend wordt met de schade of het gebrek.

Recent ging het om de verjaring van een vordering tot ontbinding van een contract omdat het contract niet goed was nagekomen. Er was sprake van een tekortkoming. Een dergelijke vordering verjaart door verloop van vijf jaren.

In beginsel geeft ieder gebrek of iedere tekortkoming in de nakoming van een contract de andere partij de bevoegdheid het contract te ontbinden, mits de tekortkoming de ontbinding kan rechtvaardigen. Als de tekortkoming van geringe betekenis is, kan het zijn dat dat de ontbinding van het contract niet rechtvaardigt. In ieder geval begint de verjaringstermijn van vijf jaren te lopen zodra de andere partij met de tekortkoming bekend is geworden.

Het criterium ‘bekend worden’ moet subjectief worden opgevat. Het komt er op aan dat degene die zich op de verjaring beroept, stelt en aantoont dat er bekendheid was met een gebrek of de tekortkoming (Hoge Raad 20 april 2001, NJ 2002, 384).

Maar zelfs die kennis hoeft nog niet te leiden tot de aanvang van de verjaringstermijn. Er is namelijk onderscheid tussen het kennen van ‘een gebrek’ en het kennen van ‘de tekortkoming’. Het gaat namelijk om het daadwerkelijk een beroep kunnen doen op de ontbinding van een contract. En dat is niet het geval bij ieder geconstateerd gebrek maar uitsluitend bij de tekortkoming die de ontbinding rechtvaardigt 

Gerechtshof Leeuwarden, 19 januari 2010, LJN:BL0254