Van der WieL Advocaten

Woningdelers gezocht

13 augustus 2019

Als een huurder zonder toestemming zijn gehuurde woning onderverhuurd, kan de verhuurder de huurovereenkomst ontbinden, tenzij …. de verhuurder vooraf met onderhuur heeft ingestemd.

Vier studenten vonden op Facebook een advertentie van een verhuurder “Woningdelers gezocht”. De studenten zijn de woning (met slechts 2 slaapkamers) gaan bezichtigen en hebben gevraagd of zij de woning met zijn vieren mochten bewonen, omdat anders de huurprijs te hoog zou zijn. De verhuurder ging akkoord, realiseerde zelf een 3e slaapkamer en de studenten mochten de 4e realiseren. Dat werd per email bevestigd. Maar de verhuurder wilde één aanspreekpunt. De huurovereenkomst werd dus met één van de studenten gesloten en daarin werd vastgelegd dat een 4e slaapkamer mocht worden gerealiseerd, dat de huurprijs was gebaseerd op 4 bewoners en (zoals gebruikelijk) dat onderhuur verboden was. Als een huurder vertrok, zorgde hij zelf voor een vervanger zodat de huurprijs betaalbaar bleef. De verhuurder werd telefonisch geïnformeerd.

Na twee jaar bleek dat de verhuurder niet beschikte over een vergunning voor woningdelers. Een flinke boete van de gemeente was het gevolg. De verhuurder heeft acuut alsnog vergunning aangevraagd en verkregen voor 3 in plaats van 4 bewoners. Eén huurder moest dus de woning verlaten. Verhuurder meende dat te kunnen oplossen door de huurders te verwijten zonder toestemming de woning te hebben onderverhuurd. Hij stelde hen aansprakelijk voor de boetes en ontbond de huurovereenkomst. De huurders accepteerden dat niet. De verhuurder stapte naar de rechter en vorderde ontruiming.

De rechter was het met de huurders eens. De advertentie was speciaal gericht op woningdelers. Uit de e-mails bleek dat bewoning door 4 bewoners de bedoeling was en dat een 4e slaapkamer mocht worden gerealiseerd. De huurprijs was ook gebaseerd op 4 bewoners. Het verbod op onderhuur was in dit geval een dode letter waar partijen van afgeweken waren. De vorderingen van de verhuurder werden afgewezen.

Rechtbank Amsterdam 13 augustus 2019, C/13/670194 / KG ZA 19-819